Cultuur · 4 min lezen · door de redactie

Museum toont veertig jaar Nederlandse queerfotografie

De overzichtstentoonstelling brengt werk samen uit archieven, privécollecties en de eigen depots. Een deel van de foto's is nooit eerder publiek getoond.

Illustratie van een museumwand met een rij lege lijsten; voor de ene rode lijst staat een figuur.
Illustratie: AI-gegenereerd voor GaySite.nl — geen foto van de gebeurtenis.

Een museum toont veertig jaar Nederlandse queerfotografie in een grote overzichtstentoonstelling. De expositie brengt werk samen uit archieven, privécollecties en de eigen depots; een deel van de foto's is nooit eerder publiek getoond. Het museum spreekt van een van de omvangrijkste overzichten van dit onderwerp tot nu toe.

De tentoonstelling begint bij de demonstraties van begin jaren tachtig en eindigt bij hedendaags werk van jonge makers. De samenstellers kozen bewust voor zowel activisme als alledaags leven, zodat naast de protesten ook de gewone momenten in beeld komen. Naast demonstraties hangen er dus ook portretten van bruiloften, huiskamers en vriendengroepen.

Die opzet is een bewuste keuze. Veel bekende beelden uit de gemeenschap tonen strijd en zichtbaarheid, maar de curatoren wilden laten zien dat er tussen de acties door ook gewoon werd geleefd, gewerkt en liefgehad. Die alledaagse beelden zijn volgens de curatoren juist zeldzaam, omdat destijds vooral de protesten werden vastgelegd.

De gekozen periode omspant bovendien grote maatschappelijke verschuivingen, van de aidsjaren tot de openstelling van het huwelijk. De foto's laten zien hoe de blik van de camera in die decennia meebewoog met wat er om de makers heen veranderde. Een bezoeker loopt zo in enkele zalen door vier decennia sociale geschiedenis heen.

Voor het archiefdeel werkte het museum samen met particuliere verzamelaars. Veel materiaal uit de beginjaren bleek nooit geïnventariseerd, en lag verspreid over dozen en albums die tot nu toe alleen in huiselijke kring werden bekeken. Verzamelaars stelden hun albums vaak voor het eerst aan buitenstaanders open.

Dat werpt volgens de samenstellers een breder licht op de omgang met dit erfgoed. Anders dan officiële collecties werd veel van dit werk nooit systematisch bewaard, waardoor beelden gemakkelijk verloren gaan zodra een verzamelaar wegvalt. Zonder inventarisatie belanden zulke foto's na een overlijden niet zelden bij het oud papier.

Wie niet gefotografeerd is, verdwijnt twee keer uit de geschiedenis.

Een deel van het teruggevonden materiaal wordt na afloop opgenomen in de vaste collectie. Zo moet worden voorkomen dat de foto's na de tentoonstelling opnieuw uit beeld raken en alsnog verloren gaan. Het museum wil de reeks bovendien blijven aanvullen met werk dat na de tentoonstelling opduikt.

De expositie besteedt ook aandacht aan de makers zelf, van wie sommigen destijds anoniem werkten om zichzelf of hun onderwerpen te beschermen. Waar mogelijk zijn hun namen nu alsnog aan het werk verbonden. In enkele gevallen bleef de maker onbekend en wordt het beeld met een toelichting getoond.

Het museum verwacht met de tentoonstelling een breed publiek te trekken, ook bezoekers die zichzelf niet meteen in het onderwerp herkennen. Juist de combinatie van het politieke en het alledaagse moet die bredere groep aanspreken. Het museum verwacht dat de tentoonstelling ook scholen en studiegroepen zal trekken.

Bij de tentoonstelling verschijnt een publicatie met essays en interviews. De expositie loopt tot eind januari en wordt begeleid door rondleidingen en gesprekken met betrokkenen uit de afgebeelde periode.

Lees ook