Homohoreca ziet bezoek weer stijgen na jaren van dip
Vooral kleinere steden melden groei, blijkt uit een rondgang. Uitbaters zien jongere bezoekers terugkomen na jaren van teruglopende omzet.

De homohoreca ziet het bezoek weer stijgen na jaren van teruglopende omzet. In een rondgang langs ruim veertig zaken meldt ongeveer twee derde een hogere omzet dan vorig jaar, waarbij vooral kleinere steden groei laten zien. Daar ontbreekt vaak een alternatief, waardoor de ene zaak in de stad al het bezoek naar zich toe trekt.
De sterkste stijging zit bij zaken die vaste avondprogramma's zijn gaan draaien. Een terugkerende avond met een herkenbaar karakter blijkt beter te werken dan losse feesten, omdat het publiek weet wanneer het terecht kan en zo een gewoonte opbouwt. Vaste bezoekers nemen bovendien makkelijker vrienden mee, waardoor een goedlopende avond zichzelf versterkt.
Opvallend is dat uitbaters jongere bezoekers zien terugkomen. Waar jongeren de afgelopen jaren vaker uitweken naar gemengde clubs en huisfeesten, vinden zij nu opnieuw de weg naar zaken die zich uitdrukkelijk op de gemeenschap richten. De behoefte aan een herkenbare plek blijkt daarmee minder verdwenen dan een paar jaar geleden werd gedacht.
Verklaringen lopen uiteen. Sommige uitbaters wijzen op de behoefte aan een plek waar je niets hoeft uit te leggen; anderen zien vooral het effect van hun eigen programmering, die bewust breder is geworden dan alleen uitgaan. Overdag koffie, 's avonds een programma: de scheidslijn tussen café en ontmoetingsplek vervaagt daardoor.
De opleving volgt op een reeks magere jaren, waarin de gedwongen sluitingen tijdens de coronaperiode hard aankwamen en een deel van het publiek zijn weg naar buiten kwijtraakte. Dat sommige zaken die klap te boven komen, geeft de sector voorzichtig vertrouwen. Toch waarschuwen uitbaters dat één goed jaar de opgelopen schulden uit die periode niet meteen wegwerkt.
Uitbaters in de grote steden zijn niettemin voorzichtiger. Daar wegen de hogere huren en personeelskosten zwaarder dan de toegenomen bezoekersaantallen, waardoor een vollere zaak niet automatisch een gezondere begroting oplevert. In de grote steden verdwijnen daardoor nog altijd zaken, ook nu de bezoekersaantallen aantrekken.
Een vaste avond in de week werkt beter dan vier grote feesten per jaar.
Verschillende zaken zijn daarnaast meer gaan doen dan alleen drankverkoop. Ze organiseren spelavonden, optredens en bijeenkomsten overdag, en trekken zo een publiek dat niet per se voor het nachtleven komt.
Die verbreding maakt de zaken volgens uitbaters minder kwetsbaar. Een café dat alleen op het weekend draait, staat er bij tegenwind slechter voor dan een plek die de hele week iets te bieden heeft en zo meer mensen aan zich bindt. Een breed aanbod maakt een zaak bovendien minder afhankelijk van het weer of van een enkel groot feest.
Voor kleinere steden speelt bovendien mee dat er vaak maar één zaak is. Verdwijnt die, dan is er meteen geen alternatief, waardoor het behoud van zo'n plek er zwaarder weegt dan in een stad met een heel uitgaansgebied. Gemeenten in kleinere plaatsen zien zo'n zaak steeds vaker als voorziening die het beschermen waard is.
De branchevereniging en gemeenten praten deze maand over vergunningen voor late openingstijden. Voor veel zaken is dat de bepalende factor, omdat juist de late uren het verschil maken tussen een sluitende en een verliesgevende avond.

