Gay Column | De terugkeer van de kwaadaardige homo
'These gays - they are trying to murder me!' - Tanya McQuoid
Een van de meeste besproken tv-series van dit moment is het door HBO gestreamde 'The White Lotus', een briljant feuilleton met tot op heden twee seizoenen. In het tweede seizoen zien we hoe een oude vrijster, Tanja McQuoid, gespeeld door Jennifer Coolidge, wordt ingepalmd door een groep rijke ouwe nichten met kwade bedoelingen.
Tanja McQuoid, door Coolidge prachtig neergezet als een Patty Brard-achtig type, kermt aan het eind van de serie de woorden 'These gays - they'r e trying to murder me!'
De uitspraak is binnen korte tijd uitgegroeid tot een ware internet meme, vooral omdat het publiek aanvoelt hoe deze aanschurkt tegen negatieve stereotyperingen van homoseksuelen uit vervlogen tijden.
Vóór de seksuele revolutie en de succesvolle emancipatie van homoseksuelen vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw, werden homomannen steevast voorgesteld als pervers, frivool, onbetrouwbaar, leugenachtig en uit op het corrumperen van de jeugd. De homo als vernuftige oplichter, omgeven met geheimzinnigheid, die alle conventies van de maatschappij naast zich neer legt. Misbruikers en moordenaars, normloos, onoprecht, met een voorliefde voor platte kitscherigheid. Leden van een geheim genootschap van hooggeplaatste perverselingen waar geen fatsoenlijk mens toegang tot heeft.
Die buitengewoon negatieve voorstelling van de aard van de homoman uit de jaren vijftig vervaagde in de decennia daarna. Vanaf de jaren tachtig had de aidsepidemie een ontluisterend effect op het beeld dat men van homomannen had en smolt het aura van de geheimzinnige, machtige nicht.
Vanaf de jaren negentig kregen we vooral ongevaarlijke homo's te zien, in series als Will & Grace, waarin homomannen werden neergezet als doodnormale, vriendelijke, geestige, soms wat campy maar vooral knuffelbare lieverds. Type Paul de Leeuw.
Vanaf het begin van de eenentwintigste eeuw werd het huwelijk opengesteld voor paren van hetzelfde geslacht, eerst in Nederland en snel daarna in vrijwel alle fatsoenlijke, westerse landen. Bij velen ontstond het idee dat de homo-emancipatie was voltooid, voor altijd en eeuwig verankerd in onze cultuur.
In de loop van een halve eeuw was een enorme hoeveelheid aan gay organisaties en homobelangengroepen ontstaan, waaraan velen een mooie carrière aan te danken hadden en waarmee forse geldbedragen gemoeid waren. Bijzondere posities die men niet kwijt wilde.
De focus werd verlegd van homo-emancipatie naar een verscheidenheid aan randverschijnselen. Homo-organisaties werden niet opgeheven, maar zetten de deur open voor nieuwe doelgroepen. De zogenaamde 'Queer Theory' werd omarmd, een filosofie uit de hoek van extreem linkse 'woke' politiek, die ernaar streeft alle conventies van de burgermaatschappij overboord te zetten.
Voormalige homobelangenorganisaties in de Verenigde Staten ontwikkelden een nieuw taalgebruik, doorspekt met neologismen (verzonnen nieuwe woorden) en lelijke acroniemen (letterwoorden zoals LHBTIQAPC+). In Europa werd deze verandering van koers door een verse generatie activisten gevolgd. Het Amerikaans-Engelse jargon werd gretig overgenomen, ook in Nederland.
Aangekomen in de jaren twintig van deze eeuw zien we hoe succesvol het queer-activisme de traditionele homo-emancipatie naar de achtergrond heeft weten te dringen. Homo's zijn de coulissen in gewerkt, weggespeeld door de queer beweging.
Niet alleen nieuwe doelgroepen van vermeende slachtoffers werden gevonden, ook nieuwe vijanden werden gedefinieerd. Westerse mensen met een blanke huidskleur kregen de zwartepiet toegespeeld. Onder invloed van transgender-ideologie - belangrijk onderdeel van 'woke' - werd een schrikbeeld gecreëerd van de zogenaamde 'cis-samenleving' ('cis' staat voor alle mensen die geen transgender zijn).
Organisaties die voorheen opkwamen voor de belangen van feministische lesbiennes en homoseksuele mannen hebben inmiddels een volwaardige transformatie doorgemaakt. De huidige generatie activisten keert zich juist tégen de voormalige doelgroepen. Met name blanke homomannen en lesbische feministen worden afgeschilderd als verderfelijke, geprivilegieerde onderdrukkers, die bestreden moeten worden.
Queer-activisten hebben als aartsvijanden gekozen voor wat zij noemen de 'witte cis homoman' en de 'trans uitsluitende lesbo'.
Homoseksualiteit is weer bedenkelijk terrein geworden, net als zeventig jaar geleden. We mogen niet meer vallen op dezelfde sekse. We móeten en zúllen ons aangetrokken voelen tot elke vorm van 'gender', elk lichaamstype en elke verschijningsvorm.
In de media - en zelfs in overheidscommunicatie - wordt steeds minder vaak gesproken over homoseksuele mannen of lesbiennes; steeds vaker wordt het omstreden begrip 'queer' gebruikt. Homo's (m/v) die zich niet thuis voelen bij de term 'queer' zijn tegenwoordig verdachte types, onderdrukkers. Online, en ook op straat tijdens demonstraties, worden zij uitgescholden voor 'extreem rechtse fascisten'.
Ondertussen is een daadwerkelijk reactionaire, ultrarechtse tegenbeweging ontstaan. Omdat Queer Theory van oudsher aanleunt tegen pedoseksualiteit , heeft zich de ontwikkeling voorgedaan waarbij de LHBTIQAPC+-beweging in verband gebracht wordt met kindermisbruik. Zo is de cirkel weer rond: net als zeventig jaar geleden worden homo's door een groeiend aantal mensen gezien als 'groomers', perverse verleiders van de jeugd.
Ultralinkse activisten keren zich tegen homoseksuelen, die bevooroordeeld zouden zijn en behept met een onacceptabele 'genitale voorkeur'. Ultrarechtse activisten keren zich tegen homo's, omdat zij kinderen zouden willen perverteren.
Gevangen tussen deze twee vuren zijn homo's terug in de verdomhoek. De mythe van de kwaadaardige homo is anno 2023 nieuw leven ingeblazen.
Het wordt een zwaar jaar voor een ieder die belang hecht aan échte homo-emancipatie.
Bovenstaande is geïnspireerd op een Engelstalig artikel dat Andrew Sullivan gisteren publiceerde op Substack (achter betaalmuur).